Hoe wordt een gezonde keuze in de supermarkt gemaakt?

Supermarkten zetten aan tot overeten. Dat zeggen voedselwetenschappers en gezondheidsdeskundigen. Er gebeurt al wel het een en ander tegen, maar het is bij lange na niet genoeg. Tijd voor verbetering.

Overgewicht is niet alleen eigen schuld

Ralph Moorman is levensmiddelentechnoloog en gezondheidsconsulent. Moorman schreef een boek over keuzes maken bij het boodschappen doen en wil nu ‘als een soort Robin Hood’ ten strijde trekken tegen de supermarkt. “Er wordt gedaan alsof overgewicht alleen het gevolg is van individuele keuzes”, zegt hij, “maar dat ligt niet zo simpel. Het is een structureel en maatschappelijk probleem, een volksziekte.”

De wereld waarin we leven, wordt de laatste tijd beschreven als ‘obesogeen’. Dat betekent dat de omgeving aanzet tot overeten en te weinig tot bewegen. Moorman: “Vier miljoen Nederlanders per dag bezoeken de supermarkt. Supermarkten zijn als onderdeel van onze dikmakende omgeving zo belangrijk, dat zonder hun medewerking de strijd van de overheid tegen overgewicht vergeefs zal zijn.”

“Er wordt gedaan alsof overgewicht alleen het gevolg is van individuele keuzes”

Supermarkten moeten gezondere keuzes voorstellen

Moorman is niet de enige die supermarkten probeert te bewegen tot verandering. De Consumentenbond bracht in 2006 en 2008 rapporten uit over wat supermarkten doen om een gezonde keuze makkelijker te maken. De meesten scoorden daarin matig, behalve Albert Heijn. Er werd gekeken naar de plek die werd ingeruimd voor gezonde producten, het aantal aanbiedingen ervan en de aanwezigheid van ongezonde producten bij de kassa. Ook werd gecontroleerd op de manier waarop supermarkten speculeren op de ‘zeurkracht’ van kinderen door snoepgoed, vooral kindersnoepgoed, op kinderhoogte te leggen.

Vanaf 2008 is er wel het een en ander veranderd. In 2009 ondertekende het CBL, de brancheorganisatie van supermarkten, het Convenant Gezond Gewicht. Sindsdien is het vermelden van de voedingswaarde op producten verbeterd. Er wordt vaker aangegeven wat een artikel per portie aan calorieën, suikers en vetten bevat. Ook streven supermarkten en de industrie naar minder zout en verzadigd vet in voedsel.

Ook staat op meer producten het Vinkje, het keurmerk dat op artikelen aangeeft of iets een gezond basisproduct of in zijn soort de ‘gezondere’ of minst ongezonde keus is. Albert Heijn is bijna gestopt met het verkopen van snoep aan de kassa.

Ongezond eten is goedkoper

Ondertussen is een gezond eetpatroon relatief duurder dan een ongezonder eetpatroon. De gezonde keuze is qua prijs dus lang niet altijd de aantrekkelijkste keuze. Ingrid Steenhuis, universitair hoofddocent gezondheidswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, deed vorig jaar een groot onderzoek naar de invloed van prijs op het koopgedrag van consumenten, onder andere met behulp van een virtuele supermarkt. Hieruit bleek dat (zowel in de virtuele als in de ‘echte’ supermarkt) het goedkoper maken van groente en fruit vooral groepen met een lage sociaal-economische status duidelijk stimuleert meer gezonde voeding te kopen, zonder dat het bespaarde geld naar ongezonde dingen, rijk aan vet en suiker, ging. Steenhuis begint binnenkort met een vervolgonderzoek naar de invloed van extra belasting op ongezonde producten.

“Supermarkten kunnen veel meer doen om het gedrag van hun klanten te veranderen”

Het supermarktparadijs

Steenhuis: “Supermarkten kunnen veel meer doen om het gedrag van hun klanten te veranderen, alleen al door de plek die ze de spullen geven in de winkel en in de schappen. Aan de ‘kop’ van de gangpaden, zeer populaire plekken in de winkel, zie je meestal ongezonde, bewerkte producten. Bewerkte, vet-en suikerrijke producten zijn vaker in de aanbieding dan gezonde. Ook zou er beter naar portiegroottes moeten worden gekeken: die zijn de afgelopen jaren erg gestegen. Je ziet dat bij zakken chips of bij de voorgesneden kaas: de plakken zijn veel groter dan een paar jaar geleden, en er zitten er nog meer in een pakje.”

Ook Jaap Seidell, hoogleraar aan de VU en mede-initiatiefnemer van Ondernemers voor een Gezond Amsterdam, vindt dat er nog veel moet gebeuren. “Supermarkten zijn vreselijk belangrijk bij het verbeteren van het eetpatroon van consumenten. Er wordt vaak naar de industrie gewezen – de Nestlés en de Coca Cola’s – maar de supermarkten bepalen meer dan wie ook wat het aanbod is, wat het kost, en wat in de aanbieding gaat. Ze zijn enorm machtig.”

Moorman: “Supermarkten moeten hun klanten veel meer stimuleren beter en minder te eten. Ze moeten minder fabrieksmatig samengestelde levensmiddelen bieden die veel suiker, vet, zout en/of smaakversterkers bevatten en weinig ‘echte’ voedingswaarde.”

Seidell: “Ik hoop echt dat de supermarkten stappen gaan maken. Je ziet al dat bedrijven veranderen als de consument dat graag genoeg wil; kijk maar naar de plofkip. Met gezonde voeding zal zoiets hopelijk ook gaan gebeuren.”

Trucjes van de supermarkten

Iedereen is zo gewend aan de indeling van de supermarkt dat het lijkt alsof dit altijd zo is geweest. Maar er is veel onderzoek gedaan naar het koopgedrag van consumenten. Maar liefst 80 procent van de beslissingen die de klant maakt, wordt in de winkel genomen in plaats van bijvoorbeeld bij het maken van een lijstje. Dat geeft de supermarkt ruimte consumenten te verleiden iets aan te schaffen wat ze van tevoren niet hadden gepland.

De basisproducten die het meest worden gekocht, zoals brood, vlees en zuivel, staan in de uithoeken van de winkel. Zo moet je voor de dagelijkse boodschappen door de hele winkel lopen, langs zo veel mogelijk schappen en producten. Ook het feit dat de gezonde, verse producten meestal bij de ingang staan, is geen toeval: als klanten als eerste iets gezonds in hun mandje gooien, geeft dat een gevoel dat ze goed bezig zijn, en zullen ze daarna eerder extra (en vaak ongezonde) producten kopen. De duurste producten liggen op ooghoogte, kinderproducten op kinderhoogte. Niemand wil een krijsende peuter in het gangpad, dus ouders laten zich vaak overhalen.

Mensen raken van zo veel keuzes en prikkels een beetje verdoofd. Het is dan ook geen toeval dat chocolade, chips en kauwgom zich vaak in de buurt van de kassa bevinden. In de levensmiddelenbranche wordt de uitstalling zoet bij de lopende band dan ook een ‘impulsmeubel’ genoemd.

Bron: Gezondheid&Co